Feuchtbiotop und Kinderstube
Das Watt ist die Kinderstube vieler Meeresbewohner und einer der bedeutendsten Naturräume Europas. Das Wattenmeer gilt als eines der weltweit größten Feuchtbiotope und ist ein Paradies für Tausende Arten von Muscheln, Pflanzen und kleinen Tieren. Es ist so voller Leben, dass riesige Zugvogelschwärme hier Rast machen, um ihre Energiereserven aufzufüllen.
De zeer slanke dikkopjes leven dicht bij de kust op ondiepe zand- en kleibodems. Kenmerkend zijn de dwarse streepjes op de zijkanten.
Aanvankelijk leven de larven in open zee tussen het wateroppervlak en de zeebodem, maar vanaf een grootte van iets minder dan 20 mm gaan de jonge dieren over op een leven op de bodem. Dikkopjes kunnen tot 2 jaar oud worden.
De linkse heremietkreeft is een ‘linkshandige’ heremietkreeft die sinds 2008 via balastwater bij ons terecht is gekomen.
Hij is veel kleiner dan de gewone heremietkreeft en leeft in de lege schelpen van alikruiken. Zijn linkerschaar is meestal groter en hij kan daarmee de opening van de alikruik mee sluiten.
De Noordzeegarnaal behoort tot de familie Crangonidae uit de orde der tienpotigen.
Garnalen groeien in de zomer op in de Waddenzee en trekken dan naar diepere wateren. Ze hebben een langwerpig grijsbruin lichaam met voelsprieten, steelogen, een schaar en vijf paar loop- en vijf paar zwempoten. Vanaf de leeftijd van één jaar beginnen Noordzeegarnalen zich voort te planten.
De schelpkokerworm leeft in een koker van zand en schelpresten die enkele centimeters boven de bodem van het wad uitsteekt.
De worm heeft aan het uiteinde van zijn koker een boomachtige vertakking waarmee hij voedsel zoals plankton of micro-organismen kan vangen. De worm zelf is tot 9 cm lang en wordt gekenmerkt door een pluk tentakels op zijn kop, waarmee hij zijn koker bouwt. Als je die aanraakt, trekt het dier zich in een flits terug in zijn beschermde huis.
Elk jaar groeien er talloze baby-scholletjes in de Waddenzee, die later worden meegenomen naar de Noordzee.
Schol ondergaat tijdens zijn ontwikkeling een metamorfose. In het begin zwemmen ze rechtop en zijn ze symmetrisch zoals andere vissen. Na 1 à 2 maanden verschuiven het linkeroog en de mond naar de rechterhelft van het lichaam, waarna de zwemblaas zich terugtrekt – en de schol steeds schuiner zwemt tot hij uiteindelijk een bodembewonende platvis wordt. Om zich tegen roofdieren te beschermen, begraven ze zich in de zandbodem, waar ze ook op hun prooi kunnen gaan liggen wachten. Kenmerkend is de gecamoufleerde bovenzijde met oranjegele stippen.
Het lichaam van deze zeeanemoon kan zich samentrekken tot een heuveltje met een omgekeerde mondschijf.
In volledig uitgestrekte toestand is de weduweroos zuilvormig en bereikt een hoogte van enkele centimeters. Het lichaam is meestal gestreept en heeft ongeveer 100 slanke, doorzichtige tentakels, die soms gebruikt worden om zich tegen vijanden te beschermen. De kleverige anemonen worden gewoonlijk aangetroffen in ondiep water tot 50 meter en voeden zich met plankton, krabben en kleine visjes.
De tarbot wordt beschouwd als een meester in camouflage. Hij past zich aan zijn omgeving aan en is daardoor voor vijanden moeilijk te herkennen.
Deze soort uit de familie van de platvissen leeft bij voorkeur vlakbij de zand-, modder- en grindbodems in een waterdiepte van 20 tot 70 meter. De tarbot kan meer dan 20 jaar oud worden en wordt geslachtsrijp in zijn vijfde jaar. Tijdens de paaitijd tussen april en augustus laten de wijfjes tot 15 miljoen eitjes los in het water, die op hun beurt worden bevrucht door de mannetjes. Als larven bewegen de dieren zich aanvankelijk rechtop voort in ondiep water voordat zij als jonge vissen ‘liggend’ naar dieper water beginnen te zwemmen. De tarbot heeft een relatief grote bek met scherpe tanden en is een vraatzuchtige jager.