Het favoriete thuis van fascinerende wezens
Borkum Reef is een habitat met sterke stromingen uit verschillende richtingen. Dit zijn enerzijds de getijdenstromingen en anderzijds de invloeden van de Westerems en Osterems. Er zijn hier veel ondieptes, wat dit rif gevaarlijk maakt. De bodem bestaat uit zand en puin.
De Europese aal of paling wordt oorspronkelijk geboren in de Sargassozee bij de Bahama’s en komt met de Golfstroom mee in Europa.
Deze reis over de Atlantische Oceaan duurt bijna drie jaar. Als zogenaamde glasalen komen zij vervolgens in de rivieren terecht, waar zij zich via geelalen tot schieralen ontwikkelen. De dieren kunnen tot 80 jaar oud worden en trekken uiteindelijk terug naar de Sargassozee, waar ze opnieuw kuit schieten.
De zeebaars is een nachtdier en wordt beschouwd als een uitstekende jager.
De Europese zeebaars wordt maximaal 100 cm lang en kan tot 12 kg wegen. Hij leeft bij voorkeur boven een begroeide zand- en rotsbodem in een waterdiepte tussen 10 en 100 meter. De zeebaars jaagt ’s nachts. Jonge zeebaarzen leven aanvankelijk in scholen. Pas op latere leeftijd ontwikkelen ze zich tot solitaire dieren. In de winter verblijven de vissen in wateren ver van de kust. In de zomer zijn ze ook dichter bij de kust te vinden en kan er ook vanaf de Borkumse kribben op worden gevist.
Gewone zeesterren beschermen hun lichaam met een dik kalkskelet.
Een zeester heeft geen kop en ook geen ogen. Hij heeft vijf armen. Aan het uiteinde daarvan bevinden zich zintuigcellen waarmee hij bijvoorbeeld verschillen in helderheid kan waarnemen. Aan de onderzijde heeft de zeester ook een reeks pootjes met zuignappen en een mond. Met behulp van de zuignappen kan hij schelpen kraken, die zijn hoofdvoedsel vormen. Dit doet hij door zich aan de schelpen vast te zuigen om ze te openen. De gewone zeester leeft in ondiepe kustwateren.
Knotswier komt vooral in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan voor, vanaf het subtropische deel tot aan de arctische zone. Knotswie kan in grote hoeveelheden voorkomen op plaatsen die beschut zijn tegen de branding.
Met zijn hechtschijf kan het knotswier zich hechten aan rotsachtige grond. Uit zijn hechtorgaan ontspruiten talrijke scheuten, aan het eind waarvan zich langwerpige drijfblazen vormen. Deze blazen zijn gevuld met gas en zorgen ervoor dat de plant onder water rechtop blijft staan. Na twee jaar vormt het knotswier zijn eerste drijfblaasje – elk voorjaar komt er een nieuw bij. Op die manier kun je ook de leeftijd aan de hand van het aantal blazen bepalen. Ook interessant: als knotswier wordt losgescheurd, leeft het nog geruime tijd voort.