Willkommener Lebensraum
In direkter Strandnähe leben im flachen Wasser rund um die steinernen Buhnen viele kleine Tiere, die hier mit bloßem Auge beobachtet werden können. Ein erneuter Beweis dafür, dass die Nordseebewohner so ziemlich jeden freien Raum besiedeln und als Lebensraum nutzen.
Dit dier met een doorzichtige mantel wordt vaak in grote aantallen aangetroffen op rotsen, pieren, zeewier en palen.
Het doorschijnende, geelgroen gekleurde zeedier heeft een zacht, cilindervormig lichaam en kan worden aangetroffen van ondiep water tot op een diepte van 500 meter.
De tot de donderpadden behorende roofvis is ‘s nachts actief en heeft twee stekels op het voorste kieuwdeksel, die niet giftig zijn maar wel pijnlijke, slecht genezende wonden kunnen veroorzaken.
Zeedonderpadden worden aangetroffen in de Atlantische Oceaan, ten noorden van de Golf van Biskaje, in het Kanaal en in de Noordzee en de Oostzee, van ondiep water tot 60 meter diepte. Zij leven bij voorkeur op zandige bodems en veranderen van kleur naar gelang van hun staat van opwinding en het seizoen.
De gewone heremietkreeft behoort tot de familie der kreeftachtigen en leeft graag in getijdenpoelen.
De heremietkreeft komt voor in de Noordzee, de Oostzee, de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Hij heeft een onbeschermd achterlijf en bewoont daarom lege schelpen van wulken en is een tienpotige kreeft met een grotere rechterschaar.
De linkse heremietkreeft is een ‘linkshandige’ heremietkreeft die sinds 2008 via balastwater bij ons terecht is gekomen.
Hij is veel kleiner dan de gewone heremietkreeft en leeft in de lege schelpen van alikruiken. Zijn linkerschaar is meestal groter en hij kan daarmee de opening van de alikruik mee sluiten.
Zeesla komt voor in alle wereldzeeën en leeft in de bovenste getijdenzone op dieptes tot 10 meter.
Zeesla vestigt zich bij voorkeur op rotsen, maar groeit af en toe ook op andere algen of kokkelschelpen. Soms kan zeesla worden waargenomen in getijdenpoelen en baaien, losgescheurd of los drijvend. De doorschijnende groene plant is zeer rijk aan vitamine C en wordt daarom in sommige streken zelfs als voedsel voor de mens gebruikt. Het dankt zijn naam aan zijn gelijkenis met een slablad.