Willkommener Lebensraum
In direkter Strandnähe leben im flachen Wasser rund um die steinernen Buhnen viele kleine Tiere, die hier mit bloßem Auge beobachtet werden können. Ein erneuter Beweis dafür, dass die Nordseebewohner so ziemlich jeden freien Raum besiedeln und als Lebensraum nutzen.
De gewone heremietkreeft behoort tot de familie der kreeftachtigen en leeft graag in getijdenpoelen.
De heremietkreeft komt voor in de Noordzee, de Oostzee, de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Hij heeft een onbeschermd achterlijf en bewoont daarom lege schelpen van wulken en is een tienpotige kreeft met een grotere rechterschaar.
Knotswier komt vooral in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan voor, vanaf het subtropische deel tot aan de arctische zone. Knotswie kan in grote hoeveelheden voorkomen op plaatsen die beschut zijn tegen de branding.
Met zijn hechtschijf kan het knotswier zich hechten aan rotsachtige grond. Uit zijn hechtorgaan ontspruiten talrijke scheuten, aan het eind waarvan zich langwerpige drijfblazen vormen. Deze blazen zijn gevuld met gas en zorgen ervoor dat de plant onder water rechtop blijft staan. Na twee jaar vormt het knotswier zijn eerste drijfblaasje – elk voorjaar komt er een nieuw bij. Op die manier kun je ook de leeftijd aan de hand van het aantal blazen bepalen. Ook interessant: als knotswier wordt losgescheurd, leeft het nog geruime tijd voort.
Zeesla komt voor in alle wereldzeeën en leeft in de bovenste getijdenzone op dieptes tot 10 meter.
Zeesla vestigt zich bij voorkeur op rotsen, maar groeit af en toe ook op andere algen of kokkelschelpen. Soms kan zeesla worden waargenomen in getijdenpoelen en baaien, losgescheurd of los drijvend. De doorschijnende groene plant is zeer rijk aan vitamine C en wordt daarom in sommige streken zelfs als voedsel voor de mens gebruikt. Het dankt zijn naam aan zijn gelijkenis met een slablad.