Het favoriete thuis van fascinerende wezens
Borkum Reef is een habitat met sterke stromingen uit verschillende richtingen. Dit zijn enerzijds de getijdenstromingen en anderzijds de invloeden van de Westerems en Osterems. Er zijn hier veel ondieptes, wat dit rif gevaarlijk maakt. De bodem bestaat uit zand en puin.
De zeebaars is een nachtdier en wordt beschouwd als een uitstekende jager.
De Europese zeebaars wordt maximaal 100 cm lang en kan tot 12 kg wegen. Hij leeft bij voorkeur boven een begroeide zand- en rotsbodem in een waterdiepte tussen 10 en 100 meter. De zeebaars jaagt ’s nachts. Jonge zeebaarzen leven aanvankelijk in scholen. Pas op latere leeftijd ontwikkelen ze zich tot solitaire dieren. In de winter verblijven de vissen in wateren ver van de kust. In de zomer zijn ze ook dichter bij de kust te vinden en kan er ook vanaf de Borkumse kribben op worden gevist.
Gewone zeesterren beschermen hun lichaam met een dik kalkskelet.
Een zeester heeft geen kop en ook geen ogen. Hij heeft vijf armen. Aan het uiteinde daarvan bevinden zich zintuigcellen waarmee hij bijvoorbeeld verschillen in helderheid kan waarnemen. Aan de onderzijde heeft de zeester ook een reeks pootjes met zuignappen en een mond. Met behulp van de zuignappen kan hij schelpen kraken, die zijn hoofdvoedsel vormen. Dit doet hij door zich aan de schelpen vast te zuigen om ze te openen. De gewone zeester leeft in ondiepe kustwateren.
De tarbot wordt beschouwd als een meester in camouflage. Hij past zich aan zijn omgeving aan en is daardoor voor vijanden moeilijk te herkennen.
Deze soort uit de familie van de platvissen leeft bij voorkeur vlakbij de zand-, modder- en grindbodems in een waterdiepte van 20 tot 70 meter. De tarbot kan meer dan 20 jaar oud worden en wordt geslachtsrijp in zijn vijfde jaar. Tijdens de paaitijd tussen april en augustus laten de wijfjes tot 15 miljoen eitjes los in het water, die op hun beurt worden bevrucht door de mannetjes. Als larven bewegen de dieren zich aanvankelijk rechtop voort in ondiep water voordat zij als jonge vissen ‘liggend’ naar dieper water beginnen te zwemmen. De tarbot heeft een relatief grote bek met scherpe tanden en is een vraatzuchtige jager.
Deze anemoonsoort gebruikt zijn giftige tentakels om zijn prooi te vangen en te verlammen. Bovendien gebruikt het bloemdier zijn ‘armen’ om zich tegen andere soorten te doen gelden in de strijd om het leefgebied. Zeeanjelieren leven bij voorkeur op harde substraten in ondiep water. Als het te druk voor ze wordt of de habitat niet meer genoeg voedsel biedt, kruipen de dieren langzaam verder.