Schwebegarnelen haben einen schlanken, durchsichtigen Körper mit einem Knick im Rücken, der sie befähigt, sich bei Gefahr zusammenzukrümmen und zur Seite zu springen. Die Beine sehen federartig aus und ihre Schwimmbewegungen sorgen dafür, dass sie im Wasser schweben. Die Augen sitzen auf beweglichen Stielen. Die Weibchen tragen an der Bauchseite einen Brutbeutel. Schwebegarnelen dienen vielen Fischen und anderen Meeresbewohnern als Nahrung.
Hondshaaien zijn vooral in de schemering en ‘s nachts actief. Zij leven op de zeebodem of in ondiep water in de kustgebieden.
Vooral jonge hondshaaien vertoeven graag in ondieper water voordat ze naar diepere gebieden worden getrokken. Wanneer de dieren een lengte van 45 tot 50 cm hebben bereikt, worden ze geslachtsrijp en paren ze. De vrouwtjes leggen tot 20 eikapsels in ondiep water, waarin de kleine haaien groeien. Wanneer ze uit het ei komen, zijn ze ongeveer 10 cm groot en vanaf dan zijn ze op zichzelf aangewezen. Hondshaaien zijn niet gevaarlijk voor de mens omdat zij zich uitsluitend voeden met andere zeedieren.
De kleine kathaaien groeien in de hoornige eikapsels.
Een embryo-kathaai groeit 8-10 maanden lang in een eikapsel, een soort buideltje. Het wijfje legt haar nageslacht vaak in wateren met sterke stroming, omdat de stroming voorkomt dat de eikapsels gaan schimmelen. Met de ranken die uit de hoeken van eikapsels steken, worden de kapsels vastgezet en wordt voorkomen dat ze afdrijven. Als je goed kijkt, kun je de embryo’s lichtjes zien bewegen. Aangespoelde kapsels zijn meestal leeg omdat het embryo al is uitgekomen.
Seenadeln sind mit den Seepferdchen verwandt und leben an Sandküsten. Sie sind schlechte Schwimmer und verstecken sich daher gerne zwischen Algen. Ihre Nahrung saugen sie mit ihrem langen Pipetten-Mund ein. Die Männchen tragen die Eier bis zum Schlüpfen in einer Bruttasche am Bauch. Wie bei anderen Seenadeln ist ihr Körper durch einen Panzer aus Knochenplatten geschützt.
Kinderstube für den Nachwuchs
Der Nachwuchs einiger Raubfische (z.B. der Katzenhaie) wächst in sogenannten Nixentäschchen heran. Angespülte Kapseln sind in der Regel leer, da der Embryo bereits ausgeschlüpft ist. Zum Schutz vor Fressfeinden sind die Eikapseln und Jungtiere von ihren großen Verwandten getrennt.
De schelpkokerworm leeft in een koker van zand en schelpresten die enkele centimeters boven de bodem van het wad uitsteekt.
De worm heeft aan het uiteinde van zijn koker een boomachtige vertakking waarmee hij voedsel zoals plankton of micro-organismen kan vangen. De worm zelf is tot 9 cm lang en wordt gekenmerkt door een pluk tentakels op zijn kop, waarmee hij zijn koker bouwt. Als je die aanraakt, trekt het dier zich in een flits terug in zijn beschermde huis.
Die Felsengarnele hat einen durchsichtigen Körper mit braunen Streifen und die Beine tragen gelbe “Ringelsocken”. Durch dieses Muster ist sie gut getarnt. Denn die Felsengarnele muss zahlreiche Feinde fürchten – nicht nur Fische, sondern auch Vögel machen Jagd auf sie.